De regio is geen tussenverdieping in het huis van Thorbecke, maar een tent in de achtertuin. Met deze metafoor typeert onderzoeker Joas de Jong de positie van de regio in het Nederlandse openbaar bestuur. Een tijdelijke constructie waar met vaart projecten worden gefinancierd en uitgevoerd, maar waar de opbrengsten en leerlessen niet vanzelf hun weg terugvinden naar het huis. Als lerend evaluator volgde De Jong namens Planbureau Fryslân alle zes de Friese Regio Deals. De oogst is hoopgevend én ontnuchterend. Die leerlessen zijn essentieel in de aanloop naar het Nationaal Programma Vitale Regio’s, waarvan Fryslân er twee krijgt.
Het eilandrisico
Elke Deal wordt een eigen wereld met eigen taal en governance. Projecten worden opgeleverd, maar werken niet door in het reguliere beleid, en raden en Staten staan op afstand. Zes Deals, zes losse verhalen met gedeelde doelen en uitdagingen.
De innovatieparadox
Innovatie botst met de verantwoordingslogica, waarin de werkelijkheid dienend wordt aan formats in plaats van andersom. Ruimte om te leren, en dat leerproces te verantwoorden, is geen vanzelfsprekendheid; terwijl dát juist de kracht kan zijn van een samenwerkingsverband.
De korte adem
Projecten worden er in hoog tempo gefinancierd en uitgevoerd, maar als de tent na vijf jaar wordt afgebroken, gaan de leerlessen onder de arm mee met de kampeerders. Dat zijn vijf jaar waarin al het geld op moet. Dan is laaghangend fruit aantrekkelijker dan systeemverandering. Het gevolg: de Friese Deals leren op projectniveau, soms op programmaniveau, en van systeemleren is nauwelijks sprake.
Op basis van deze analyse onderscheidt De Jong vijf lijnen die nodig zijn om regionale programma’s beter te laten leren en doorwerken:
1. Inbedding, geen afzondering. Geef leerlessen uit regionale programma’s een vaste plek in de reguliere beleids- en begrotingscyclus.
2. Ruimte voor programma- en systeemleren. Laat verantwoording verder gaan dan outputregistratie en reflecteer verticaal op wat wel en niet werkte.
3. Investeer in geheugen. Institutionaliseer leerprocessen en faciliteer verandering.
4. Wees eerlijk over de grenzen van het meetbare. Brede welvaart is tellen én vertellen, kwantitatieve monitoring is dienend aan reflectieve kennis.
5. Organiseer leren tussen regio’s en met het Rijk. Ga samen aan de slag, als gelijkwaardige partners met feedback- én feedforwardloop.
Het Nationaal Programma Vitale Regio’s krijgt twintig jaar, de horizon die de Regio Deals nooit hadden. Die lange looptijd is geen garantie voor een leerproces. Leren mag geen bijlage zijn bij de verantwoording, maar moet de kern worden. Dat vereist een verschuiving van verantwoording als beheersinstrument naar verantwoording als ontwikkelinstrument.
Neem dan contact op met coördinator lerend evalueren Joas de Jong.
Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie
Deze site is standaard ingesteld op 'cookies toestaan", om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op "Accepteren" hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.